Fraser Island: anders dan anders, leuker dan leuk

Ga je na je stage Australië reizen? Dat wordt dan hoogstwaarschijnlijk de East Coast, en terecht. De Australische oostkust biedt voor ieder wat wils, van natuurgebieden tot heftige feestjes en van skydiven tot paardrijden. Als je op een gegeven moment wel klaar bent met die hostels en commerciële clubs, overweeg dan een weekendtrip op Fraser Island. Het is even back to basics, maar je zult deze variatie absoluut geweldig vinden.

De auto’s zijn massive. Jullie rijden in 4 Toyota 4WD’s. Er is één “party bus”, dat wil zeggen dat de gids deze auto bestuurt en hier per dag één groep in kan chillen. De andere auto’s worden bestuurd door mensen uit de groep. Als je nog niet zo ervaren bent, is het afgeraden om hier te gaan rijden. Het is namelijk niet zo heel erg makkelijk met al dat zand en het gewicht van de auto. Dat wordt jullie allemaal verteld door de gids, een coole man met een gevoel voor humor. De auto’s worden ingeladen, de voedselpakketten worden uitgedeeld (dat klinkt armoediger dan het is) en de walkie talkies worden aan elke groep overhandigd. Tijd om te beginnen aan de Fraser Island weekend trip.

Het beginstukje is het moeilijkst. Althans, over de weg rijden gaat wel, maar de weg naar het pondje bestaat uit heel fijn zand. Gelukkig blijft niemand vastzitten – een wonder, volgens de gids. Vanaf het pondje zie je mogelijk schildpadden. Eenmaal op het eiland aangekomen begeven jullie je op de weg. Grapje, er is geen weg, je rijdt gewoon over het strand. Als je geluk hebt zie je dingo’s, dolfijnen of walvissen. Dit keer zijn er gelukkig wel dingo’s, maar over walvissen valt te twisten. Sommige mensen uit de groep schreeuwen het over de walkie talkies, maar niemand anders ziet ze. Ach ja, de zee zelf is ook heel mooi.

De walkie talkies worden wel vaker misbruikt. Telefoons en iPods worden aangesloten op de radio’s en er wordt enthousiast meegezongen. Adele, of toch liever Eminem? Het enige moment waarop er even rust is, is tijdens de lunch. Hier worden de eerste onderdelen van de voedselpakketten uitgedeeld. Elke dag bestaat de lunch uit wraps die je dan zelf kunt beleggen. Verschillende sausen, groenten en soorten vlees worden uitgedeeld. Teamwerk ontstaat: iemand snijdt de tomaten, een ander iemand snijdt de sla (niet helemaal noodzakelijk, maar goed), bestek en borden worden uitgedeeld en de rest doet de schoonmaak en afwas. Er bestaat hier de mogelijkheid om souvenirs of eten te kopen of naar het toilet te gaan, maar alles alsjeblieft alleen indien noodzakelijk. De winkels zijn namelijk duur en de toiletten zijn vies. Maar goed, je bent op avontuur.

Na de lunch begint het hoofdactiviteit van vandaag: Lake McKenzie. Google maar even. Mooi hè? Het is eventjes rijden over hobbelige paadjes, maar dat is het waard. Parelwit zand, azuurblauw water (maar het lijkt doorzichtig) en een paar bomen. Ga zwemmen, zonnen of roddelen. Geniet van dit ultieme moment van rust, vrede en genot.

Het is tijd om naar het kamp te gaan. Er zijn nog andere groepen, die een dag voor- of achterlopen. De keukens zijn ruim en perfect gesorteerd; voor elke groep is er een eigen kleur, zodat er geen geruzie ontstaat. En zodat ze weten wie wat heeft kwijtgemaakt. Na een uurtje acclimatiseren is het tijd voor het diner: noedels met groenten. Ook hier ontstaat weer een teamverdeling. Nieuwe snijtechnieken worden geleerd, vingertjes worden verbrand, kruiden en olie worden uitgewisseld en ten slotte wordt de heerlijke maaltijd collectief genuttigd. Het is dus ook nog eens een educatief weekendje, en het wordt met de dag beter.

De vogeltjes fluiten, het zonnetje begint te schijnen en de eerste opgewekte stemmen zijn al te horen. De tweede dag begint heerlijk, met een gematigde temperatuur en een bescheiden windje. De hele groep heeft samen ontbijt, behalve hen die te lang in bed bleven liggen. Na het opstarten is het tijd om te vertrekken naar de eerste bestemming: Eli creek. De weg erheen is niet gemakkelijk, maar het is het zeker waard. Dit klinkt als een gek plan, maar werkelijk iedereen deed het: tien minuten op een soort steiger over het riviertje lopen en dan de rivier in, om vervolgens naar beneden te lopen. Het water is super helder en maakt speelse geluiden van de vele mensen die zich er doorheen bewegen. Helaas is het op een gegeven moment tijd om te gaan, maar gelukkig is de volgende bestemming niet mis: een schipbreuk. Het zou zonde zijn om hier de hele historie al te verklappen, dus moet je daar zelf maar even op wachten. In elk geval is het indrukwekkend en zeker een foto-moment.

De lunch plek is zeker niet verkeerd: Indian Head biedt uitzicht over de prachtige kustlijn. Deze plek staat tevens bekend om haai-spotten. Wanneer je hier niet zo van bent, kun je ook gewoon foto’s maken van dit indrukwekkende uitzichtpunt. Dat is net zo spannend en leuk. De wraps worden wederom bereid, waar teamwork aan te pas komt. En dan is het alweer tijd om verder te gaan, dit keer naar de Champagne hot pools. Een kleine teleurstelling: ze zijn niet zo warm en de stenen zijn scherp en glad. Aan de andere kant is het wel heel erg mooi en ontspannend. Het is net een grote jacuzzi, maar dan eentje met supermooi uitzicht. Dit is een plek die je niet mag missen als je naar Fraser Island gaat.

Iedereen is onwijs moe op de terugweg, dus als je niet rijdt, maak dan van deze gelegenheid gebruik om een slaapje te doen. Het is ook een vrij vermoeiende dag geweest. Een lekker diner is dan ook wel op zijn plaats. En na het diner is het hoogtepunt van de dag: uitgaan in Winkies. Winkies is de beste en meest originele club die je ooit hebt gezien. Slechts een paar pluspunten: je mag binnen roken, de entree is gratis en je mag zo vaak naar binnen en buiten als je wilt, je mag touwtjespringen (als groep, dus met een touw van zeker 6 meter) en het mooiste: je mag er je eigen drank brengen. Is dat niet geweldig? Dit is dan ook dé kans om vriendschap te sluiten met de andere groepen. Als je met een groep bent, vergeet dan niet om het strand op te gaan om sterren te kijken. Maar doe dit zeker niet in je eentje vanwege de dingo’s.

De derde dag begint even wat minder goed dan de tweede voor de meeste van de groep, vanwege de helse kater. Het is dan ook stil tijdens het gemeenschappelijke ontbijt en ook over de walkie talkies. Best vervelend voor degenen die moeten rijden, want de weg is niet al te makkelijk. Smalle paden, hoge hobbels en tot slot nog tegenliggers. Nu je dit weet, weet je dus dat je ervoor moet zorgen wanneer je niet rijdt. Het is het wederom wel weer helemaal waard, want Lake Wabby is prachtig. De gids vertelt uitgebreid over de historie; het is dus wel zo aardig om interesse te tonen, wanneer je niet aan het sterven bent van je kater. Het hoogtepunt van dit meer zijn toch wel de schildpadden. Voor de liefhebbers: je mag erin en dan kun je met ze zwemmen. Kleine kanttekening: ze zwemmen hoogstwaarschijnlijk weg als je erin springt. Maar je kunt het proberen, misschien ben jij wel een schildpaddenfluisteraar.

Een wandeling volgt. Deze wandeling brengt je langs hoge duinen en speciale bomen. Door de buitenlucht zijn de katers verminderd en begint de honger alweer op te spelen. Het is tijd voor de lunch. En na de lunch is het tijd om afscheid te nemen van Fraser Island. De weg van het kamp naar de ferry en dan naar het hostel is lang. Onderweg wordt er nog een paar keer gestopt als foto-momentje, maar dan is het toch echt tijd om dag te zeggen tegen dit prachtige eiland. Het was een uitdaging, het was anders dan anders, maar het was vooral indrukwekkend en een weekend om nooit te vergeten.

2018-10-02T14:41:59+00:00